Het HERA Lab in Italië, uitgevoerd door COSVITEC in Napels, bevindt zich inmiddels in een vergevorderde fase van het traject. Wat het sterkst naar voren is gekomen, is iets dat verder gaat dan individuele ontwikkeling: een groep die op zichzelf een bron van steun en kracht is geworden.
Het Lab begon met een fase die gericht was op het opbouwen van wederzijds vertrouwen en verbinding. Via activiteiten die waren gebaseerd op de principes van wederzijdse hulp, solidariteit en collectieve empowerment creëerden deelnemers geleidelijk een ruimte waarin persoonlijke verhalen, angsten en ambities openlijk gedeeld konden worden. Tijdens een van de eerste sessies werd iedere deelnemer uitgenodigd om stil te staan bij haar eigen kwetsbaarheden en sterke punten via een oefening geïnspireerd op de Japanse kunst van kintsugi, waarbij gebroken voorwerpen met goud worden hersteld en de scheuren deel uitmaken van wat iets waardevol maakt. De sessie leidde tot momenten van onverwachte diepgang: vrouwen deelden verhalen die zij zelden hardop hadden uitgesproken, terwijl de groep luisterde met een aandacht die de facilitator omschreef als een van de meest ontroerende ervaringen van het Lab tot nu toe.
Aan het einde van de Team Building-fase maakten deelnemers kleine handgemaakte armbandjes, elk voorzien van een wijze boodschap gekozen door een ander groepslid. Het was een eenvoudig gebaar, maar wel een dat duidelijk maakte wat er was ontstaan: een community van vrouwen die ervoor hadden gekozen elkaar echt te zien en elkaar iets mee te geven voor de toekomst.
“Ik kwam hier omdat ik dacht dat ik mijn vaardigheden moest bijwerken. Ik had niet verwacht mensen te ontmoeten die precies begrijpen waar ik sta”, vertelde een deelnemer terwijl zij terugblikte op de eerste weken van het Lab.
De daaropvolgende fase “Learning to Learn” bracht nieuwe energie met zich mee. Tijdens sessies rond thema’s zoals een growth mindset, het in kaart brengen van vaardigheden, leerstrategieën en mentorship begonnen deelnemers hun persoonlijke reflecties te verbinden met de wereld buiten het Lab. Een terugkerend thema tijdens deze sessies was de kloof tussen hoe deelnemers zichzelf zagen en hoeveel zij in werkelijkheid wisten en konden. Een collectieve oefening rond competentiemapping, waarbij iedere vrouw haar kennis deelde en zichzelf aanbood als informele mentor voor anderen, maakte dit zichtbaar op een manier die statistieken of evaluaties nooit hadden kunnen doen.
Wat blijft opvallen naarmate het Lab verdergaat in de latere fasen, is de kracht van de groep zelf. Deelnemers hebben zich niet alleen verbonden met de inhoud van het programma: zij hebben samen iets opgebouwd dat veel verder reikt dan een individuele sessie. Zij ondersteunen elkaar tussen de bijeenkomsten door, delen reflecties en hebben duidelijk aangegeven dat zij niet willen dat deze community eindigt wanneer het formele programma afloopt. Juist die wens is een van de belangrijkste resultaten van het Lab. Het laat zien wat er kan ontstaan wanneer vrouwen van 45 jaar en ouder een gestructureerde, veilige en echt participatieve ruimte krijgen: zij ontwikkelen zich niet alleen individueel, maar bouwen samen iets op dat noch het programma, noch één van hen alleen had kunnen creëren.



